Lesmateriaal & curriculum
Meer aandacht, meer aanmeldingen? Wat onderzoek zegt over de groei van de genderzorg en de school
Het aantal jongeren dat zich aanmeldt voor transgenderzorg is sterk gestegen. Onderzoekers van de Radboud Universiteit verbinden de stijgende zorgvraag met medicalisering en stellen vast dat trans personen zichtbaarder zijn geworden. Wat betekent dat voor een onderwerp dat op school en op het Binnenhof steeds nadrukkelijker aanwezig is? Wat vaststaat en wat niet.

Waar veel reclame voor wordt gemaakt, wordt meer verkocht. Dat weet elke winkelier. De vraag is of iets vergelijkbaars geldt voor een onderwerp dat van de marge naar het klaslokaal, de media en het Binnenhof is verhuisd. De aanmeldingen voor transgenderzorg bij jongeren zijn in die periode sterk gestegen. Dit artikel zet op een rij wat onderzoek daarover zegt, wat ouders en leraren daarmee kunnen en wat niet bewezen is.
De aanmeldingen stijgen
De Gezondheidsraad schrijft in zijn advies van 30 juni 2026 dat het aantal aanmeldingen voor transgenderzorg voor jongeren ‘sterk gestegen’ is, met meer aanmeldingen van geboren meisjes en van jongeren die pas op latere leeftijd genderdysforie ervaren. In die laatste groep zitten volgens de raad vaker jongeren met bijkomende psychosociale problematiek, zoals autisme of ADHD.
Of er ook werkelijk meer transgender personen zijn, is onbekend. Onderzoekers van de Radboud Universiteit en het Radboudumc stelden in 2023 vast dat onderzoek met herhaalde metingen ontbreekt. Wat wel duidelijk is: trans personen zijn zichtbaarder dan voorheen.
Medicalisering werkt door in de zorgvraag
Hetzelfde Radboud-rapport beschrijft een mechanisme dat verder gaat dan zichtbaarheid. De onderzoekers schrijven, met verwijzing naar eerder onderzoek, dat ‘wanneer een probleem eenmaal is gemedicaliseerd, het ook makkelijker als zodanig erkend wordt, waarmee meer mensen een diagnose krijgen en de zorgvraag stijgt’. Daarnaast spreken zij van ‘de fuik van de specialistische zorg’: sommige vragen lenen zich volgens hen beter voor huisarts of reguliere ggz, maar die zorg is daar nog onvoldoende op ingericht. Zo komen ook die vragen terecht bij de specialistische zorg, die is ingericht op medische behandeling.
Dat is geen reclame in de letterlijke zin. Het is wel hetzelfde principe: wat vaker en nadrukkelijker als medische kwestie wordt gepresenteerd, wordt vaker als medische kwestie aangemeld.
Van klaslokaal tot Kamergebouw
Het onderwerp is niet vrijblijvend aanwezig. Kerndoel 38 voor het basisonderwijs, zoals dat tot en met 31 juli 2026 gold, bepaalde dat leerlingen leren ‘respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit’ (bron). Het woord gender stond er niet in; wat er wel en niet in de wet staat, is uitgewerkt in Wat staat er letterlijk in de wet.
Ook buiten school is het onderwerp zichtbaar. Op 8 oktober 2026 stemde de Tweede Kamer met 90 tegen 36 stemmen voor het hijsen van de regenboogvlag bij het Kamergebouw op Coming-Outdag (bron). Een kind dat opgroeit, komt het thema tegen op school, op sociale media en op het gebouw van de volksvertegenwoordiging.
Wat niet bewezen is
Hier past precisie. Dat aandacht op school tot meer aanmeldingen leidt, is niet onderzocht. Hoeveel lager het aantal aanmeldingen zonder die aandacht zou zijn, weet niemand. De nascholing voor huisartsen van Leusink in Huisarts en Wetenschap stelt, met het Radboud-rapport als bron: “Er zijn namelijk geen aanwijzingen voor ‘sociale besmetting’ of een hype onder jongeren.” Wie beweert dat lessen kinderen transgender maken, kan dat niet onderbouwen.
Wat wel te onderbouwen is, is bescheidener en daarom sterker: volgens het Radboud-rapport stijgt de zorgvraag wanneer een probleem eenmaal is gemedicaliseerd, zijn trans personen zichtbaarder geworden, en leent een deel van de vragen zich beter voor de reguliere zorg dan voor de specialistische zorg.
Niet elke vraag is een zorgvraag
De Gezondheidsraad schrijft: ‘Vragen over genderidentiteit kunnen onderdeel zijn van de natuurlijke identiteitsontwikkeling.’ Niet alle vragen vereisen volgens de raad medische aandacht. Ouder onderzoek wijst dezelfde kant op. Wallien en Cohen-Kettenis volgden 77 kinderen met genderdysforie en concludeerden in 2008 dat de meeste kinderen met genderdysforie na de puberteit niet genderdysfoor blijven. Dat onderzoek is klein en bijna een derde van de kinderen was niet meer te traceren.
Wat scholen en ouders hiermee kunnen
Voor een school volgt hieruit geen verbod om over verschillen te praten. Wel een opdracht tot terughoudendheid: een kind dat vragen stelt, heeft tijd en ruimte nodig, geen etiket. Voor ouders volgt eruit dat zij mogen weten wat hun kind op school over dit onderwerp leert, en dat een zoekend kind niet vanzelf een patiënt is. Wat er gebeurt als een gendervraag wel bij de huisarts belandt, staat op Gendermolen.nl.
Bronnen
- Gezondheidsraad, Transgenderzorg voor jongeren, publicatienr. 2026/12, 30 juni 2026, hoofdstuk 2, eerstekamer.nl
- Das E, Wasserbauer M, Loopuijt C, Plug I, Uilhoorn A, Van der Vleuten A, et al., Mijn gender, wiens zorg? Onderzoek naar de toename in en veranderingen van de vraag naar transgenderzorg, Radboud Universiteit, 2023, zonmw.nl
- Besluit vernieuwde kerndoelen WPO, bijlage, kerndoel 38, versie geldig van 1 december 2012 tot en met 31 juli 2026, wetten.overheid.nl
- NOS, Eerst wel, toen niet, nu weer wel: regenboogvlag gaat toch bij Tweede Kamer hangen, 8 oktober 2026, nos.nl
- Leusink P, De rol van de huisarts bij genderincongruentie, Huisarts en Wetenschap, januari 2024, henw.org
- Wallien MSC, Cohen-Kettenis PT, Psychosexual outcome of gender-dysphoric children, Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 2008;47(12):1413–1423, europepmc.org
Beeld: klaslokaal van een basisschool in Na Wa, Thailand, foto Mattes, publiek domein, via Wikimedia Commons.
Redactie Genderopschool.nl
Onafhankelijke redactie die officiële richtlijnen, onderzoek en wetgeving over gender op school toegankelijk samenvat. Informatief, geen juridisch of pedagogisch advies. Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.
Meer over Lesmateriaal & curriculum

Lesmateriaal & curriculum
Nieuwe seksuele voorlichting verdoezelt het lichaam zelf, waarschuwt Australische psycholoog
Klinisch psycholoog Sandra Pertot stelt dat lesprogramma's in Australië, en vooral in de staat Victoria, het verband tussen lichaam en geslacht loslaten, en dat de door haar besproken kinderboeken voortplanting niet duidelijk uitleggen.

Lesmateriaal & curriculum
Britse overheidslessen mijden het woord 'meisje' — een kritische analyse legt uit waarom dat misgaat
Een analyse van Transgender Trend over Oak National Academy, het door de Britse overheid gefinancierde lesplatform, beschrijft dat lesmateriaal over menstruatie, condooms en pornografie sekse-specifieke woorden vervangt door het neutrale 'persoon' — met gevolgen voor wat meisjes over hun eigen lichaam leren.

Lesmateriaal & curriculum
Wie maakt het lesmateriaal over gender op school? De aanbieders en hun verschillen op een rij
Een centraal 'overheidskeurmerk' voor lesmateriaal over gender bestaat niet. Wel zijn er twee echte routes van overheidsbetrokkenheid — subsidie en RIVM-erkenning — en de aanbieders die daarvan gebruikmaken verschillen sterk in hun kijk op gender.